De opmerkelijke opmars van de krakeend

Krakeend - Klaas Ros
© Klaas Ros

Van zeldzaam naar talrijk

Een van de opmerkelijkste veranderingen in de Nederlandse vogelwereld is de ongekende opmars van de krakeend. Tot aan 1960 een zeldzame wintergast en een nog zeldzamere broedvogel. Vogelaars reisden er in de winter tientallen kilometers voor om ze te zien. Sindsdien voltrok zich een aardverschuiving. De krakeend werd niet alleen een zeer talrijke wintergast, het werd met stip de op één na talrijkste broedende eend in ons land. Hoe kon dat gebeuren? En dat terwijl de nauwverwante wilde eend juist drastisch in aantal afneemt.

Je ziet hem bijna overal

Er zijn tegenwoordig in Noord-Holland maar weinig wateren waar de krakeend niet voorkomt. In veel polders en natuurgebieden kunnen ze zelfs al talrijker zijn dan de wilde eend. En dat terwijl onze opa’s en oma’s deze eend nog helemaal niet kenden. Voor de leek verliep de opmars wellicht onopgemerkt. Erg opvallen doen ze namelijk niet. De mannetjes zijn egaal donkergrijs met een zwart achterlijf. Op de vleugels hebben ze geen blauwe spiegel, zoals de wilde eend, maar een overwegend witte. Van dichtbij is te zien dat het grijs van het verenkleed subtiel gespikkeld is, alsof het is ontworpen door een pointillist. Ook heeft de man mooie, bruine sierpluimen op de rug. Bij de witte spiegel op de vleugels is van nabij ook een rood paneeltje te zien. De vrouwtjes lijken sterk op wilde eenden vrouwtjes, maar zijn iets kleiner, de snavel is iets korter en meer oranje gekleurd en de buik is wit en niet bruin. Ook het vrouwtje heeft de witte spiegel op de vleugels.

Krakeend / Henk van Bruggen
Krakeend

Opmars uit het Oosten

Tot zo’n 50 jaar geleden was de krakeend een Oost-Europese en Aziatische soort. Op dit moment broeden in Nederland al minimaal 25.000 paren, vermoedelijk al zo’n 30.000. Tijdens de najaarstrek en in de winter lopen de aantallen op tot zo’n 100.000. Broeden doen ze in een grote reeks aan wateren, als er maar ruige oeverbegroeiing of ruigten of laat gemaaide graslanden in de buurt aanwezig zijn om te nestelen. De krakeend is in de weidevogelgebieden van Noord-Holland dan ook een algemene broedvogel geworden. Nestelen in stedelijk gebied doen ze tegenwoordig ook. In menig nat natuurgebiedje behoren ze al tot de vaste inventaris alsof het nooit anders is geweest. Van hun vroegere schuwheid is niets meer te merken.

Wat is de oorzaak van uitbreiding?

De grote vraag is: hoe heeft deze eend zich zo kunnen uitbreiden, terwijl het met de verwante wilde eend zo slecht gaat? Een belangrijke oorzaak vormen in ieder geval ontwikkelingen in de landbouw. Voor de meeste soorten pakken die negatief uit, maar niet voor de krakeend. De soort gedijt in de toegenomen bemesting van landbouwgrond, waardoor meststoffen in de oppervlaktewateren terechtkomen. Dat veroorzaakt een explosie van algen en bepaalde waterplanten (o.a. eendenkroos), die de krakeend juist op het menu heeft staan. Andere (kwetsbare) planten en waterinsecten verdwijnen daardoor echter, zeker als de vermesting van het water ernstige vormen aanneemt, zoals op veel plaatsen in Noord-Holland. Daar heeft de wilde eend zeer onder te lijden, want diens kuikens leven juist méér van die waterinsecten dan krakeendkuikens. Als vermesting van het water al te extreme vormen aanneemt, dan haakt de krakeend trouwens ook af.

Verdwijntruc

Zoals vaak, spelen er waarschijnlijk nog meer factoren een rol, maar die zijn nog grotendeels in nevelen gehuld. Want hoe komt het dat de krakeend minder last lijkt te hebben van de toegenomen predatiedruk, waar wilde eenden zo mee te kampen lijken te hebben? Hebben ze voordeel doordat ze later broeden? Of is het een kunstje dat ze perfect beheersen; namelijk de grote verdwijntruc? Zelfs onderzoekers zeggen dat ze er nauwelijks in slagen krakeenden met kuikens te zien. Waar krakeenden het hele jaar prima te zien zijn, lijken ze in de kuikentijd van de aardbodem verdwenen. Pas in de ruitijd duiken ze weer op en wel op grote, zoete wateren.

Niet te vroeg maaien

Ondertussen breidt de krakeend zich nog steeds uit en moeten we vooral niet te vroeg zijn met het maaien van oevers, graslanden of ruigtevelden. Want van mei tot eind juni broeden ze daar ergens in alle stilte. Laten we maar eens gaan genieten van deze op het eerste gezicht onopvallende, maar bij nader inzien oh zo mooie eend. En natuurlijk verder onderzoeken wat er toch aan de hand is met de kuikens van onze wilde eend.

Peter Mol

Functie

Projectmedewerker Betrekken bij Groen

De afgelopen jaren heeft Peter zich ontwikkeld tot een centrale vraagbaak voor de inmiddels 130 aangesloten vrijwilligersgroepen. Ook geeft hij basiscursussen Ecologie en Natuurbeheer, cursussen beheerplannen schrijven en helpt hij vrijwilligersgroepen bij projecten ter verbetering van hun terreinen.

Neem contact op
Peter
Cover M3 2021

Maak gratis kennis met ons magazine

Ben je liefhebber van natuur? Dan mag je ons magazine niet missen. Met de mooiste natuurfoto's, opvallende weetjes over dieren én verrassende achtergrondverhalen uit het veld. Inclusief fiets- of wandelroute. 

Naar boven