De experimenten

 Maak kennis met alle experimenten om veen weer te laten groeien zodat de bodem weer stijgt.  Zo testen we de invloed van meststoffen uit de bodem en de lucht, de bruikbaarheid van veenmosparels en hoe we de ecosysteemdiensten kunnen herstellen.

Voor een duurzaam behoud van de veenbodem is het belangrijk dat het veen nat blijft. Want onder natte omstandigheden vindt geen veenafbraak meer plaats. Er verschijnen planten zoals riet en veenmossen, die het veen laten groeien. Bodemdaling maakt plaats voor bodemstijging. Dit idee is niet nieuw, maar in de praktijk is er nog geen ervaring mee.

De experimenten in de proefvelden

1. Invloed van meststoffen uit de bodem en uit de lucht

Veenmossen zijn plantjes die steeds verder aangroeien en zijn goede veenvormers. Onder gunstige, natte, zure omstandigheden groeien veenmossen aan de bovenkant sneller aan dan dat zij aan de onderkant afsterven. Op voormalige landbouwgrond is de uitgangssituatie voor veenmossen echter minder gunstig. Daarom doen we onderzoek naar hoe we dat optimaal kunnen krijgen.

Want we weten nog maar weinig van de invloed van meststoffen, zoals stikstof en fosfaat, op de veenvorming. Uitgangssituatie bij onze experimenten is een perceel zwaar bemest grasland, met hoge concentraties meststoffen in de bodem. Bovendien is sprake van een aanzienlijke luchtvervuiling, in de vorm van een flinke “gratis stikstofbemesting” via de lucht. Welke effecten hebben bodemvermesting en atmosferische depositie op het herstel van veenvorming? Dat is niet eenvoudig te voorspellen.

De uitkomsten van onze experimenten zijn ook van belang voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). In dit programma werkt een aantal overheden samen om in Natura 2000 gebieden, zoals het Ilperveld, beschermende maatregelen te nemen om de gevolgen van huidige en vroegere stikstofdeposities op natuurtypen die daarvoor gevoelig zijn te verzachten.

2. Effectiviteit van veenmosparels  

Veenmosparels zijn jonge veenmosplantjes in een gelparel. Ze worden in Groot-Brittannië toegepast om veenvormende vegetatie te herstellen in afgegraven hoogvenen. Zulke  gelparels zouden daar in betere kieming en vestiging resulteren dan reguliere methoden. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van veenmosstekjes (capitula). In het Ilperveld testen we de bruikbaarheid van veenmosparels in vergelijking met veenmoscapitula. Niet eerder werden veenmosparels getest buiten Groot-Brittannië en niet eerder op voormalige landbouwgrond. Het onderzoek naar veenmosparels is innovatief en zou dé ‘kickstart’ kunnen geven aan veenontwikkeling.
* Veenmosbeads zijn juveniele veenmosplanten die gehuld zijn in een gelparel.

3. Herstel van het veen-ecosysteem

Veengebieden leggen CO2 en voedingsstoffen vast, reguleren door hun sponswerking de waterafvoer en herbergen bijzondere planten en dieren. We noemen dat ecosysteemdiensten.

Door sterk gedegradeerde veenbodems weer om te vormen naar levende veensystemen kunnen we proberen deze ecosysteemdiensten te herstellen. Het tegengaan van veenafbraak voorkomt bodemdaling, baggervorming en vermesting. In groeiend veen wordt koolstof vastgelegd in plaats van uitgestoten. Herstel van veenbiotoop biedt ook nieuw leefgebied voor karakteristieke planten en dieren en vergroot daarmee de biodiversiteit. Onderzocht zal worden hoe de omvorming van landbouwgrond naar levend veen-systeem bijdraagt aan die ecosysteemdiensten.