“Pas op, een wesp!”

De kans is groot dat je het al tientallen keren gedacht hebt. Iets geel-zwarts zoemt langs je hoofd, blijft even stil hangen voor je gezicht en schiet er daarna weer vandoor. Maar wie beter kijkt, ontdekt iets verrassends: veel van die ‘wespen’ zijn helemaal geen wespen. Het zijn zweefvliegen. En die behoren misschien wel tot de slimste insecten van ons land.

Zweefvliegen zijn overal. In tuinen, bloemrijke bermen, natuurgebieden en zelfs midden in de stad. Toch kennen maar weinig mensen ze echt. Dat is ergens best knap van de zweefvlieg zelf, want onopvallend zijn ze bepaald niet. Sommige soorten lijken zó sterk op wespen, bijen of hommels dat zelfs vogels zich regelmatig laten foppen. Geen slechte strategie als je zelf totaal weerloos bent.

Een wesp zonder angel

Neem de blinde bij. Ondanks de naam is het geen bij en blind is hij ook al niet. Het is een zweefvlieg die sprekend lijkt op een honingbij. Inclusief behaard lijf en vriendelijk zoemgeluid. Alleen: steken doet hij niet. Dat uiterlijk is pure bluf. Een handige vermomming waardoor roofdieren liever geen risico nemen.

Dat trucje heet mimicry: het nabootsen van een gevaarlijkere soort om zelf met rust gelaten te worden. Zweefvliegen zijn daar ontzettend goed in. De hommelreus bijvoorbeeld lijkt net een dikke aardhommel die rechtstreeks uit een bloemenborder komt gebromd. Met z’n wollige lijf en zware vlucht oogt hij alsof hij een flinke steek kan uitdelen. Maar ook hier geldt: grootspraak en geen angel.

En dan heb je nog de stadsreus. Een toepasselijke naam, want dit is een van de grootste zweefvliegen van Nederland. Hij heeft iets weg van een forse hommel met een persoonlijkheid. Als zo’n beest luid zoemend langs je hoofd komt vliegen, snap je meteen waarom vogels liever een andere snack kiezen.

Stil hangen als een minihelikopter

Zweefvliegen danken hun naam natuurlijk niet voor niets aan hun vliegkunst. Waar veel insecten een beetje kriskras rondfladderen, lijken zweefvliegen complete controle te hebben over hun route. Ze kunnen stil in de lucht hangen alsof iemand ze heeft gepauzeerd. Daarna schieten ze pijlsnel weg, maken een haakse bocht of vliegen zelfs achteruit.

Vooral pendelvliegen zijn daar goed in. Grote kans dat je er weleens eentje voor je gezicht hebt gehad tijdens een wandeling. Alsof hij je bewust even inspecteert. Veel mensen denken dat ze worden aangevallen, maar meestal bewaakt zo’n mannetje gewoon zijn territorium. Jij stond toevallig in de weg.

Ook de snorzweefvlieg valt op zodra je erop gaat letten. Met zijn opvallende ‘snorretje’ op het gezicht lijkt hij haast een insect met karakter. Het leuke aan zweefvliegen is eigenlijk dat hoe beter je kijkt, hoe persoonlijker ze worden. Ineens zie je niet meer één soort geel-zwart insect, maar tientallen verschillende types.

Stadsreus / Henk van Bruggen
© Henk van Bruggen
Hoornaarzweefvlieg of Stadsreus

Van bladluismoordenaar tot slootmonster

Nog verrassender wordt het als je kijkt naar de larven. Die leven namelijk totaal anders dan de elegante bloembezoekers die we kennen.

Veel zweefvlieglarven zijn echte opruimers of jagers. Sommige eten enorme hoeveelheden bladluizen. Eén larve kan er honderden wegwerken. Een gratis biologische bestrijder dus, midden in de tuin.

Andere soorten leven juist in slootwater of modder. De larven van de blinde bij hebben zelfs een lange ademslurf aan hun achterlijf. Daarmee hangen ze onder water terwijl ze ademhalen aan het oppervlak. Niet voor niets worden ze ‘rattenstaartlarven’ genoemd. Klinkt iets minder charmant dan blinde bij, maar het is biologisch gezien een geweldig systeem.

Belangrijke bestuivers

Ondertussen vervullen volwassen zweefvliegen ook nog eens een belangrijke rol in de natuur. Terwijl ze nectar drinken, bestuiven ze bloemen. Sterker nog: na wilde bijen behoren zweefvliegen tot de belangrijkste bestuivers van Nederland.

En dat is goed nieuws, want veel soorten doen het verrassend goed in bloemrijke bermen, natuurvriendelijke tuinen en kruidenrijke graslanden. Juist daarom zijn bloeiende planten zo belangrijk. Niet alleen voor bijen of vlinders, maar ook voor deze vaak vergeten vliegers.

Ineens zie je ze overal

Het leuke aan zweefvliegen is misschien nog wel dat je ze, eenmaal ontdekt, ineens overal ziet. Boven een paardenbloem. Zwevend langs een haag. Rustend op een blad in de zon. Een hele verborgen wereld die al die tijd gewoon recht voor je neus hing.

Dus de volgende keer dat er iets geel-zwarts voorbij zoemt, ren niet meteen weg. Kijk eerst eens goed. Grote kans dat je niet naar een stekende wesp kijkt, maar naar een meesterlijke bluffer met vliegskills waar een helikopter jaloers op zou zijn.