Reportage: Op avontuur in de Eilandspolder
Verslaggever Kees de Boer - verscheen in het Noordhollands Dagblad 14 juli 2026
Deelnemers varen mee door moerasland en trilveen
Speurende lepelaars, vechtende kemphanen, voorbijdrijvende rieteilanden. Met een excursieboot van Landschap Noord-Holland varen 21 deelnemers een tocht dwars door de Eilandspolder en beleven daar van alles.
Driehuizen ■
Voordat we met de 21 excursiedeelnemers vanaf het botenhuis Eilandspolder vertrekken, eerst nog maar even een bak koffie. Wie wil, kan laarzen uitzoeken voor onderweg, want de schipper vertelt dat we ’best drassige gebieden gaan betreden’. Rond een uur of tien gaan we op pad met de boot. Na een korte tocht over het water wordt al vlot het eerste eilandje aangedaan. Gids Ger Holman blijkt een boek vol met kennis en anekdotes over de flora en fauna hier. En hij blijkt veel kennis te hebben van wat wel en wat niet eetbaar is. Zo vertelt hij over de waternavel dat die de dorst kan lessen. ,,Drie keer kauwen op dat plantje en dan uitspugen”, doet hij voor. Even later heeft hij een ’kale jonker’ in zijn handen. Waar de opvallende naam vandaan komt, kan hij uitleggen. ,,Je had hier vroeger in de omgeving de nodige abdijen waar ze vleesloze dagen hadden. Dan stond deze plant vaak op het menu. Hij smaakt als een asperge. En omdat hij gewoon in het wild door iedereen geplukt kon worden, werd-ie ook wel de armeluis- asperge genoemd.” Veel anekdotes hebben een historische lading: neem bijvoorbeeld die over het reukgras. De stengel werd vroeger als tandenborstel gebruikt door jeugd die naar de kermis ging. Dan rook je weer fris in de mond en kon je lekker zoenen, weet gids Ger te vertellen. Als we een half uur later weer in de boot zitten en tussen de rietkragen door varen, wijst hij op een bundel rietsigaren: ,,Wisten jullie dat je daar hele lekkere koekjes van kunt maken? Van de zaadjes maak je een deegje en bakken maar.” Als we even later weer aan land gaan, blijkt ook daar de diversiteit van planten groot te zijn. Niet alleen te zien, maar ook te beleven. Collega-gids Liesbeth Munters laat deelnemers ruiken aan de zogeheten engelwortel. ,,Oh heerlijk”, roept een vrouw uit, ,,het ruikt een beetje caroteenachtig. Het doet me aan gewone worteltjes denken.”
Overleven
Deelnemer Joël van Orden uit Alkmaar heeft er lol in, zegt ze. ,,Ik heb er zelf niet zoveel verstand van”, zegt ze. ,,Maar ik heb een nichtje dat me heeft meegevraagd. Zij doet een studie bos- en natuurbeheer en is vanuit haar vakgebied geïnteresseerd. Ik heb nog een nichtje mee, maar dat is meer een modemeisje.” Lacht: ,,Die weet niet wat haar overkomt hier, die had gerekend op een tochtje met champagne onderweg.” Gids Ger zegt ergens halverwege dat hij ’in dit gebied makkelijk vijf dagen zou kunnen overleven’. ,,Dat water hier kun je bijvoorbeeld gewoon drinken.” Een deelnemer steekt zijn vinger op: ,,Maar dat water zit toch helemaal vol met bacteriën? Ik heb in de krant gelezen dat je daar hartstikke ziek van kan worden.” Ger haalt zijn schouders op: ,,Bacteriën zitten overal en mensen hebben ze gewoon nodig. Zonder kun je niet overleven.” De vraagsteller knikt, maar helemaal overtuigd is hij toch niet. En verder gaat de tocht weer. Wanneer we een enorme drijvende rietpol passeren met de boot, vertelt de gids dat daar een enorme wortel en kluit grond aan vastzit.
,,Die dingen kunnen wel honderden jaren oud zijn. Zie je ook hoe groot ze zijn? Het is net een drijvende ijsberg.”
Bloed
Wanneer we aankomen in de buurt van het Uilenbosje mogen we als groep kiezen: of naar de vogelhut vlakbij of een stukje het weiland aan de andere kant van de weg bekijken. Gids Liesbeth vertelt dat wanneer we het weiland betreden de kans bestaat dat we gestoken worden door een daas. Een klein prikbeestje dat pijnlijke wondjes kan veroorzaken. ,,Met een weerhaakje blijven ze aan je huid hangen en dan spuiten ze een stofje in waardoor je bloed bij het wondje niet stolt. Dan kunnen ze gewoon bloed bij je blijven tappen.” De groep huivert: dazen, die wil je niet op je pad tegenkomen. Dan liever een kijkje nemen bij de vogelhut. Als daar de luikjes worden geopend, zien we twee kemphanen heen en weer scharrelen, de kragen staan omhoog. ,,Gaan die nog vechten, die kemphanen?”, wil een man weten. ,,Die kans is zeer zeker aanwezig”, antwoordt de gids. ,,Die vogels zijn behoorlijk agressief met elkaar. Je hebt trouwens ook kemphanen zonder kraag. Als hun soortgenoten met kraag met elkaar aan het knokken zijn om een vrouwtje te veroveren, gaan zij alvast paren met die vrouwtjes. Die kraagloze kemphaantjes zijn echte gluiperds.” Een vrouw stoot de naast haar zittende vriendin aan: ,,Hoor je dat, Gerda? Ik vind het maar spannend allemaal.” Spannend wordt het ook als we een veld vol met zonnedauw, een vleesetende plant, betreden. ,,Ze hebben een soort happertje met druppels kleefstof aan de binnenkant.Als er dan een mug invliegt, klapt die dicht en is het einde verhaal mug.” Een man zakt door zijn knieën en pakt zijn verrekijker erbij om de plant eens goed van dichtbij te bekijken.
Doorslikken
Er is veel interactie onderweg. Wanneer gids Ger een vrouw uitnodigt om een eetbare grasachtige plant eens te proberen, trekt die een vies gezicht: ,,Nee, dankjewel. Alles wat ik niet door kan slikken, stop ik niet in mijn mond. Straks blijft-ie nog in mijn keel steken, ik moet er niet aan denken.” Er komt veel informatie binnen bij de deelnemers. Om het wat makkelijker te maken om alles te laten beklijven, gebruiken de gidsen af en toe ook ezelsbruggetjes. Zoals bij het duiden van de verschillen tussen de hier voorkomende wulp en kluut. Hoe je kunt zien of het een wulp is of een kluut? Aan de snavelvorm, aldus gids Ger. ,,Een kluut wijst naar zijn tuut (neus, red.), een wulp wijst naar zijn gulp. En voor het goede begrip: de vrouwtjes hebben vaak een nog langere snavel dan mannetjes.”
Lepelaars
Tegen het einde van de tocht wijst iemand enthousiast op twee grote vogels verderop in een weiland. Het blijken lepelaars te zijn. Sommige mensen gaan op de banken in de boot staan om de twee wat beter te kunnen bekijken. ,,Die zijn zich aan het oriënteren”, legt gids Liesbeth uit. ,,Of er hier voldoende voedsel voor ze is. Als het ze hier bevalt, bestaat de kans dat ze volgend jaar op deze plek een nest bouwen. Dat zou geweldig zijn.” Na tweëeneenhalf uur leggen we weer aan bij het botenhuis aan de Oudelandsdijk. ,,Ik heb genoten”, zegt deelnemer Arie. ,,Ik rijd met mijn vrouw ook wel met de fiets door dit gebied, maar ik heb vandaag veel meer gezien. Er is een hele wereld die ik nog niet kende voor me opengegaan. Dat had ik vooraf niet verwacht.”