Vakman in het ecosysteem

Je ziet hem zelden, maar zijn werk ligt overal. Verse hoopjes aarde in het gras, een slingerend spoor door het weiland of je tuin, een lichte verzakking in de bodem. De mol laat zich nauwelijks zien, maar zijn aanwezigheid is onmiskenbaar. Alsof iemand ’s nachts stiekem aan het verbouwen is geweest, onder je voeten. Wie denkt dat de mol een rommelmaker is, kijkt niet goed. Dit is geen slordige graver, maar een specialist in een ondergronds ecosysteem. Een ondergrondse vakman met een indrukwekkend cv.

De mol leeft vrijwel zijn hele leven onder de grond. Niet omdat hij verlegen is, maar omdat alles aan hem gebouwd is voor dat bestaan. Zijn lichaam is compact en gespierd, zijn voorpoten staan naar buiten gedraaid als twee levende scheppen. Graven is geen bijzaak, het is zijn manier van leven. Een mol loopt niet door tunnels, hij maakt ze, meter voor meter, dag en nacht. Ze werken zich razendsnel een weg door de aarde en kunnen wel tientallen meters graven in één nacht.

Mol / Saxifraga-Rudmer Zwerver
© Mol / Saxifraga-Rudmer Zwerver
Zo zie je hem zelden, de mol van dichtbij bovengronds

Een lichaam dat begrijpt hoe aarde werkt

Wie de mol ooit van dichtbij ziet, begrijpt meteen dat dit geen toeval is. Zijn vacht voelt fluweelzacht en groeit niet één kant op, maar alle kanten. Handig, want zo kan hij net zo makkelijk achteruit als vooruit door zijn gangen schuiven zonder vast te blijven zitten. Modder glijdt van hem af, zand blijft nergens hangen. Zelfs zijn snuit en snorharen zijn gereedschap: extreem gevoelig voor trillingen. Een regenworm die zich verplaatst? De mol weet het. Zijn ogen zijn klein en doen weinig, maar dat is geen gemis. Onder de grond is zien sowieso overschat. Horen, ruiken en voelen zijn hier veel belangrijker. De mol is geen dier dat de wereld bekijkt, maar eentje die haar aftast.

Het gangenstelsel: noodzakelijk onderhoud

Wat wij zien als molshopen, is slechts het topje van de ijsberg. Onder die hoop ligt een uitgebreid gangenstelsel: geen willekeurig netwerk, maar een slim aangelegd jachtgebied. Sommige gangen gebruikt hij steeds opnieuw, andere zijn tijdelijke verkenningen. In vaste tunnels kan hij zelfs wormen “opslaan”: hij bijt ze licht aan zodat ze niet ontsnappen, maar wel vers blijven. Efficiëntie ten top. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Een mol moet namelijk vrijwel constant eten om zijn energiepeil op orde te houden.  En juist dat gegraaf heeft een effect dat vaak wordt onderschat. Gangen van de mol zorgen voor beluchting van de bodem en helpen water beter weg te zakken. Organisch materiaal wordt verplaatst, grondlagen gemengd. De bodem wordt losser, levendiger. Wat eruitziet als verstoring, is in feite onderhoud.

Molshopen / Pixabay
© Pixabay
Noeste arbeid van de mol duidelijk zichtbaar

Bodemarchitect met een grote honger

De mol is een echte vleeseter. Regenwormen vormen het hoofdmenu, aangevuld met insectenlarven en andere bodemdieren. Daarmee speelt hij een belangrijke rol in het ondergrondse ecosysteem. Hij houdt populaties in balans en voorkomt dat één soort de overhand krijgt. Zonder mol zou de bodem een stuk stiller en een stuk armer zijn. Dit alles maakt hem tot een sleutelsoort, ook al werkt hij uit het zicht. Molshopen zijn ook vaak de eerste plekken waar nieuwe planten ontkiemen. Kale, losse aarde biedt kansen aan soorten die elders geen ruimte krijgen. Zo helpt de mol, zonder dat hij het weet, bij het ontstaan van variatie in het landschap.

Een slechte reputatie, maar een onmisbare rol

De mol heeft het imago tegen. Hij verstoort gazons, maakt het maaien lastig en verschijnt zelden op het juiste moment. Maar wie alleen kijkt naar het ongemak, mist het grotere verhaal. De mol is geen plaag, maar een proces. Een teken dat de bodem leeft, dat er voedsel is, dat het systeem werkt. En misschien zit daar wel het echte ongemak: de mol laat zien dat natuur niet netjes is. Dat leven beweegt, graaft, verschuift. Precies dat maakt een landschap veerkrachtig.

Zien wat je normaal mist

De kans dat je een mol zelf ziet, is klein. Meestal merk je hem pas als hij alweer verdwenen is. Maar zijn sporen vertellen genoeg. Elk hoopje aarde is een momentopname van activiteit, van een dier dat onafgebroken bezig is met overleven én verbeteren van zijn omgeving. Juist daarom is er jaarlijks de mollentelling. Een uitnodiging om eens anders te kijken naar die hoopjes in het gras. Door molshopen te tellen, help je mee aan het in kaart brengen van de verspreiding van mollen in Nederland. Het is eenvoudig, leuk en maakt je ineens onderdeel van het verhaal onder je voeten.

De kracht van het ongeziene

De mol vraagt geen aandacht. Hij zingt niet, fladdert niet en laat zich niet bewonderen. Maar hij werkt. Altijd. In stilte. En precies dat maakt hem zo bijzonder. Een dier dat laat zien dat echte invloed niet altijd zichtbaar hoeft te zijn. Dus de volgende keer dat je een molshoop ziet, zucht dan niet meteen. Sta even stil. Kijk. En bedenk: hier is iemand aan het werk die al miljoenen jaren weet hoe je een landschap van binnenuit gezond houdt.

Meer informatie over de jaarlijkse mollentelling (6, 7 en 8 februari) kun je vinden bij de Zoogdiervereniging 

Koen Willemsen

Functie

Projectmedewerker Betrekken bij Groen

Koen ondersteunt in het begeleiden van zo'n 140 vrijwilligersgroepen. Maar ook vrijwilligers die soorten beschermen en inventariseren helpt hij met alle plezier. Hij deelt graag zijn kennis en enthousiasme met iedereen. Natuurbeheer, ecologie en de veelzijdigheid van de soorten natuurgebieden waar de vrijwilligers werken, hebben volop zijn interesse. 

Neem contact op
Koen Willemsen / Cees de Jonge_