Home Castricum, 2010


Struiken van de duinen


Het is duidelijk afgelopen voor dit jaar. De blaadjes verkleuren en beginnen te vallen. Er is nog maar weinig nachtvorst geweest. Meestal is dat het begin van de bladverkleuring en uiteindelijk de bladval. Nu gaat het geleidelijker totdat er plotseling echt kou invalt en het hele zaakje in eens naar beneden komt. September, oktober zijn ook de maanden van de vogeltrek. De eerste wintergasten zoals de Buizerds uit het noorden komen weer terug. Afgelopen week was het heggemusje, het roodborstje en Winterkoninkje weer in mijn tuin zichtbaar. Juist voor die vogeltrek zijn de struiken in de duinen van belang.

De vegetatie van de duinen
Planten, bomen en struiken in de duinen komen in verschillende zones voor. Vanaf de zee neemt de invloed van zout en wind af; van kaal zand tot binnenduinbos. De duinen zijn ook droog, konijnen houden alles kort (tot voor kort), de instraling van de zon is overdag extreem en 's nachts de uitstraling groot. Temperatuurverschillen van zestig graden tussen dag en nacht zijn geen uitzondering. Ontkiemen van planten wordt dan erg moeilijk. Op plaatsen waar planten wel groeien worden deze extreme invloeden al snel getemperd. Ook in luwte plekken in duinkommen die soms tot het grondwater zijn uitgestoven, is het beter toeven. Noordkantjes die altijd in de schaduw liggen, blijven vochtiger en dat maakt het ook makkelijker om te overleven. Dan bestaan er in ons land bovendien nog kalkrijke en kalkarme duinen. De grens ligt tussen Castricum en Bergen aan zee. De vele overgangen in de duinen zorgen dus voor heel veel variatie. In die variatie staan in elke zone weer andere struiken of liever houtige gewassen. Alleen in de eerste gordel ontbreken de struiken.

Betekenis van duinstruiken voor vogels
De meeste duinstruiken zijn in de herfstperiode rijkelijk voorzien van bessen. De duinen zijn daarmee een enorme voorraadkamer voor doortrekkende vogels die hier de broodnodige vetreserves kunnen opdoen. Vaak strijken ze enkele dagen neer of trekken van noord naar zuid langzaam bessenetend door. Dat daarbij regelmatig dronkenschap voorkomt en vooral na een goede zomer als de bessen veel suikers bevatten en gisten, is geen uitzondering.
Geen wonder dat de grote trekroutes juist langs deze voorraadschuur verloopt. De bessen bevatten naast suikers ook veel vitaminen en mineralen. Omdat niet alle bessensoorten tegelijkertijd rijp zijn is er een natuurlijke spreiding van wat voorradig is.
Duinstruiken zijn vaak erg dicht van structuur en een flink aantal hebben bovendien stekels. Voor vogels een veilige overnachting en in het voorjaar een veilige nestplaats. In de winter een goede beschutting tegen de wind en als het sneeuwt, blijft het als een deken over de struiken liggen.

Wind en groeien
Tijdens een excursie in de duinen vertelde een boswachter hoeveel werk het was om ieder jaar al die ligusterstruiken te knippen. Als keurige rond geknipte bolletjes lagen ze in de duinen. De deelnemers namen het bijna voor zoete koek. "Maar dat is toch van de gekke om in duinen struiken te knippen"! De wind maakte de vormen. De struiken groeien langzaam doordat de uitdrogende zoute zeewind voornamelijk uit zuidwestelijke richting, voortdurend de groei remt. De buitenste uitlopende knoppen aan de windzijde hebben het zwaar. De knoppen eronder minder, aan de luwte zijde is het geen probleem. De struiken lijken dan ook van de zee af te groeien en door de duinen te wandelen. Ze groeien daardoor heel compact. Andere struiken zoals kruipwilg en heide blijven laag om 'onder de wind' te blijven.
Om zich te weren tegen knagende dieren hebben ze bovendien vaak stekels. Van binnenuit blijven de struiken heel en aan de buitenkant knagen en knippen de beestjes de struik in vorm. Deze invloeden zorgen voor de meest wonderlijke vormen.

Besdragende soorten van de duinen
Samen met de gewone vlierstruik zijn de duindoorns vaak de eerste struiken die we vanaf de zeereep tegenkomen. De duindoorn met de felgekleurde oranje bessen is een van de meest opvallende struiken. De vrouwelijke struiken hangen bomvol. De mannelijke struiken zijn vruchtloos. Omdat de struwelen vaak uit wortelopslag opgroeien is er een afwisseling van wel en geen vruchtdragende struwelen. De bessen zijn erg zuur en bevatten veel vitamine C. Ze zijn niet giftig en goed bruikbaar voor jams, dranken etc.

De gewone vlier is bekender met de diep paarse bessen. De struik groeit heel slim tussen de stekels van de duindoorn. De bessen zijn al vroeg rijp en bevatten veel alcohol!

De kardinaalsmuts is een heel opvallende soort. De paarsrode bessen met oranje binnenkant steken vaak fel af tegen de strokleurige achtergrond van het duin. De jonge twijgen zijn donkergroen en hebben dikwijls kurklijsten. De struiken zijn veeltelig d.w.z. mannelijke, vrouwelijke en combinatievormen van bloemen komen voor aan een struik. Kardinaalsmutsen worden in het voorjaar vaak volledig kaal gevreten.











Minder bekend is de wegedoorn. De donkere bijna zwarte steenvruchtjes zitten als dotjes rondom de kale takken. De struik komt vooral in Zuid-Holland en minder mate in onze provincie voor. De bessen zijn niet eetbaar. In de wetenschappelijke benaming komt dat terug in catharticus, braken en diarree.

Een struik van de gematigde zone -tegen het duinbos aan- is de eenstijlige meidoorn. Deze roosachtige heeft zich pas kunnen vestigen na het staken van beweiding en tijdens konijnensterfte. De kleine donkerode bottels vallen vooral op als de bladval begint. Een belangrijke voedselbron voor veel vogels.
Twee andere 'van nature in duinen voorkomende rozen' zijn de duinroos, de eglantier en de hondsroos. Langs de kust treffen groeit vaak de verwilderde japanse rimpelroos. Alle rozen maken bottels. Rijk aan suikers en vitaminen en alle geschikt voor jams, siropen of anderszins.

Wilde liguster is een typische bewoner voor kalkrijke duinen. De donkere zwarte steenvruchtjes zitten aan het eind van de takken en zijn bitter ongenietbaar. In cultuur gebracht wordt deze struik vele gebruikt als haag.

De kruipwilg is een minder opvallende soort. De soort vormt in de duinen grote vlakke met laag dwergstruweel. De soort groeit vaak tussen de zeereep en het duindoornstruweel. De struiken hebben geen bessen maar zitten soms onder de kleine rode gallen waardoor het toch net besdragende struikjes lijken. In de winterperiode zijn de "wilgenroosjes" de gal van de wilgrozetgalmug goed te zien en zeer decoratief.

Dauwbraam komt vaak voor samen met kruipwilg. Deze laag blijvende bramensoort valt op doordat de bramen dof bedauwd eruit zien en soms maar enkel braambolletjes bevatten. De struiken blijven laag. De bramen zijn net als de gewone braam prima eetbaar.

Nog meer besdragende soorten in de duinen zijn: wilde asperge, heggerank, zuurbes, hop, gelderse roos, kamperfoelie en lijsterbes. In de kalkarme duinen groeit gewone heide, dopheide en kraaiheide alle besdragende soorten. Op vochtige stukken op zure gronden groeit de gagelstruik met waskliertjes die heerlijk geuren.

Boeken over struiken verkrijgbaar in de boekhandel en de InformatieWinkel Landschap Noord-Holland:

Tirion Struiken en Heesters isbn 9052102058 rijk geïllustreerde gids met wilde en gecultiveerde struiken.

Tirion Bomen en struiken trefzeker herkennen. Ulrich Hecker isbn 9052104476

Spectrum Bloeiende heesters. Roger Phillips isbn 9027473358

Rebro Geillustreerde Bomen en struiken encyclopedie 903661077x

Probeert u eens bij Google de naam van een van de planten in te tikken.

In de komende periode worden op diverse plaatsen excursies georganiseerd.

Kijk daarvoor op Natuurwegwijzer onder het kopje "eropuit" .
Vooral komend weekend zijn er veel excursies in de duinen. Kijk ook eens onder IVN of Natuur.pagina







  contact    colofon
  links    vragen
  zoek