Home Castricum, 2010


Weideland


De natuur is een gekkenhuis op dit moment. Het voorjaar is in al zijn hevigheid uitgebarsten. Kikkerdril, paddensnoeren en zelfs al pulletjes in het gras. Gele velden met Paardenbloem maar ook donker gekleurde met grote vossenstaart. De berm paarsbruin van het rood zwenkgras met bruine plekjes van de tweerijige zegge. In de tuin al een Vuurjuffer gezien en het bonte zandoogje.

In drie weken tijd heeft de krent, de Pruimenboom en Perenboom gebloeid. Het speenkruid is nog niets eens weg en de Lelietjes der Dalen komen al te voorschijn. Komt dan tegenwoordig alles tegelijk? Of heeft de korte en hevige koude periode begin maart gezorgd voor uitstelstel van groei en bloei en komt nu alles tegelijk. Het heeft er alle schijn van. Vandaag gaat het over weideland.

Grondsoorten en waterstanden
Vorige keren uitzendingen gingen over bos op verschillende grondsoorten. Voedselrijke kalkhoudende grond en voedselarme kalkarme gronden, zowel op zand als op klei. Verder is de grondwaterstand van belang. Kunnen de wortels bij het grondwater of moeten ze het hebben van het water dat als een spons in de bovengrond blijft zitten. Bij grasland werkt dat net zo als bij bossen. Grasland ontstaat alleen op plaatsen waar de natuur zo dynamisch is dat er alleen grasachtige planten kunnen groeien. Begrazen, overstroming en zonneschijn zijn natuurlijke bewegingen. Maaien en afvoeren zijn cultuurlijke bewegingen.

Cultuurgrasland
Het groene weideland is overal verschillend als de natuur zijn gang kan gaan. Maar de boer grijpt in. Droge grond wordt natter door het opstuwen van de sloot en inlaten van water. Natte gronden worden droger door verlagen van het slootpeil door te pompen. In de natte landen van Noord-Holland bestaat er een zomer en winterpeil in veel sloten. In de winter laag om water af te voeren en in de zomer hoog om vocht toe te laten stromen. Natuur-beheerders noemen dit tegennatuurlijk peil.

Vervolgens wordt de voedingstoestand van de bodem aangepast door bemesten, bekalken of verschralen door vaker te maaien en af te voeren. De hoeveelheid mineralen wordt nauwkeurig in de mestboekhouding bijgehouden. Vroeger gebeurde dat niet en spoelde nog veel voedingsstoffen door overbemesting in de sloot weg.

De laatste stap is de soort samenstelling van het grasland. Voor melkvee is een hoog eiwitgehalte gewenst. Dan geven de koeien de beste melk; water met veel eiwitten. De koeien zelf gaan dan een beetje aan de racekak die bekende grammafoonplaten in het weiland. Een groot verschil met een koe in de natuur die stevige drollen draait.
De grassoort met een hoog eiwitgehalte of liever gezegd het gras dat het meeste eiwit kan opnemen is bijvoorbeeld Engels raaigras. Al deze grassen zijn gecultiveerd een nog steeds worden er nieuwe rassen ontdekt. Voor ieder soort gebruik bestaan er andere rassen en samenstellingen; recreatiegras, voetbalgras, golfgras etc.

Oud cultuur grasland
Het echte oude cultuurgrasland met een veel natuurlijkere soortsamenstelling is zeldzaam geworden. Hierin stond vaak een mix van verschillende grassoorten zoals Geknikte vossenstaart op de natte delen samen met Mannagras. Andere namen zijn Veldbeemdgras, Gewoon struisgras, Fioringras, Reukgras dat zo'n heerlijke geur aan het hooi geeft; Witbol dat koeien alleen eten als het gedroogd is en pollen met Ruwe smele dat de boeren Bent noemen en zo scherp is dat de koeien het niet willen eten.

De koeien zijn gek op andere grassoorten. Ze zoeken de oude grassoorten langs de slootkant of onder het stroomdraadje nog op. Sommige van deze cultuurgraslanden waren al honderden jaren oud. In enkele gevallen zijn ze beschermd en mogen de boeren de grasmat niet scheuren of opnieuw inzaaien. Eenmaal op de schop genomen verdwijnt er dan een oud ecosysteem dat niet meer terug keert.

Het weer terugbrengen van een hoog gecultiveerd grasland in een bloemrijke weide valt niet mee. De samenstelling van de bodem en het water zijn veranderd. Een verschraling beheer en opzetten van de grondwaterstand is dan niet genoeg. Hooi dat wordt uitgestrooid van nog overgebleven echt oude graslandjes kan de oude soorten soms terugbrengen.

Grasland typeringen
In Noord-Holland zijn 12 verschillende hoofdtypen grasland onderscheiden. Eerst wordt gekeken naar intensief, extensief gebruikte graslanden en zilte graslanden. De graslandnamen verwijzen naar de soortsamenstelling zoals Fioringras/Ruw beemdgrastype, Zwarte zegge type, Dotterrijk/Echte koekoeksbloem type, Blauwgrasland, Gewoon struisgras/Rood zwenkgrastype, Kamgrastype, Engelsraaigrastype etc.

Natuurlijke en halfnatuurlijke graslanden
Langs de zee en de waddeneilanden groeien Slijkgrasvelden. Met vloed onder water en bij eb vallen ze droog. Dit gras vangt het slib in en maakt land uit water. Vervolgens kunnen andere grassoorten gaan groeien zoals Fioringras en soms prachtige Zilverschoonvelden.

Langs de zandige kusten groeit eerst het Biestarwegras dat het zand invangt en kleine duintjes vormt. Zandhaver en Helm volgen deze soort op met Blauwe zeedistel, de rose gekleurde Zeewinde en de fel geel gekleurde Akkermelkdistel.
In de binnenduinen achter de zeereep wordt het gras kort gehouden door de konijnen. Hier groeien eenjarige grassen als Zilverhaver en stevige pollen met Schapegras. Het Zanddoddegras en Fakkelgras dat zo typerend oplicht in het zonlicht vormen samen langs de randen van de paden het grasland. In sommige duinvalleien groeit massaal Strandkweek.

Landinwaarts groeit langs de bermen weer een andere samenstelling van grassen. Hier groeit grassen als Glanshaver, Kropaar, Zachte dravik en de Grote vossenstaart die nu in bloei staat.

Op de dijkhellingen met klei en jarenlang beweid met schapen groeit het Kamgras vaak in combinatie met Timotheegras, Ruige zegge en Speerdistel.
Prachtig zijn de Dotterrijke graslanden langs de weg naar Castricum rondom de eendenkooi.
Een oude strandwal in de ondergrond zorgt voor een bijzondere kwelsituatie. De graslanden zijn bijzonder vochtig en naast Dotterbloemen bloeit er massaal Pinksterbloem.

Veel zeldzamer zijn de graslanden op veen waar nog Echte Koekoeksbloem het grasland volledig paars kleurt. Hier groeien vaak grassen zoals Geknikte vossenstaart, Mannagras, Reukgras en Witbol. Dit type grasland staat vaak in de overgangszone naar goed onderhouden rietkragen. Door het zomermaaien verschraald de grond en wordt het riet heel ijl. Grassen en kruiden krijgen dan een kans.

In het Laegieskamp bij Bussum is nog een klein stukje blauwgrasland te bewonderen. Dit zeer bloemrijke type dankt haar naam aan Blauwe zegge. Kale jonker en Spaanse ruiter, beide zeldzamer wordende distelachtige soorten zijn hier nog te bewonderen. Wel achter het hek blijven want al teveel volk op dit grasland is funest.

Veel variatie
Wie er oog voor heeft ziet de veranderingen in het weideland. Niet de productiegraslanden maar juist de overhoeken of graslanden met een speciaal botanisch beheer. Weidevogels zijn hier meestal nog in flink aantal te zien door het late maaien. De jonge vogels kunnen in het hoge gras goed en gevarieerd insecten pikken.


Links:
  Excursie in de Noord-Hollandse natuur



    beschermer worden
    vrijwilliger worden
    vertel een vriend




  contact    colofon
  links    vragen
  zoek