Home Castricum, 2010


Bos op klei

Plotseling is alles er weer. De zon, blauwe lucht, fluitende vogels, hommelkoningen, gele wilgenkatjes en witte grasvelden vol madeliefjes. Wat een verschil met een paar weken geleden. Speenkruid in bloei, Klein- en Groot hoefblad in bloei, Ereprijs met de kleine felblauwe bloempjes in het gras en hier en daar een Maarts viooltje.

Langs de snelweg volop het Deens lepelblad als witte poedersuiker in de berm en verspreid paarse plekken met dovennetel. De warme dagen geven een gevoel van lente maar toch doet april nog wat hij wil en een terugval is goed mogelijk. Vandaag gaat het over bossen op kleigrond of liever voedselrijke en vaak natte gronden.

Klei
Klei is de kleinste fractie die overblijft nadat rotsen volledig zijn afgesleten. De deeltjes zijn zo klein dat ze blijven zweven in het water en alleen als het water stilstaat en rustig is, bezinken de deeltjes. Eenmaal bezonken kleven de deeltjes zo sterk op elkaar dat ze nauwelijks meer losraken en alleen bij grof geweld in klompen weer uiteen vallen. Heel handig, want zo maken we in Noord-Holland al eeuwen land uit water.

Kwelders of aandijkingen ontstonden doordat de zee telkens een laagje klei achterliet bij het kenteren van het tij en in de plasjes die bij laagwater achterblijven. Klei is onder natuurlijke omstandigheden meestal bedekt met water of veen.
Er zijn grofweg gezegd twee soorten kleigronden namelijk kalkrijke en kalkarme kleigronden ook wel oude en jonge zeekleigronden genoemd en natuurlijk rivierklei. Hoe langer de klei aan de oppervlakte ligt des te meer spoelt de regen de kalk eruit.

In Noord-Holland liggen de kalkrijke kleigronden in de jonge droogmakerijen zoals de Beemster, Schermer en de Wieringermeer. Kalkarme kleigronden liggen meer in West Friesland waar eerst nog een veenpakket op lag of langs de voormalige aandijkingen. Kalkarme rivierklei ligt langs de Vecht en Gein en langs de voormalige veenriviertjes in Waterland.

Klei wordt uitsluitend door water aangevoerd of door modderstromen. Waar klei op een droge bodem ooit is verstoven en elders weer werd neergelegd treft men löss aan.

Bos op kleigrond
Omdat klei van nature altijd langs natte gebieden voorkomt en droge klei nauwelijks bestaat, zijn de bossen op droge kleigrond vaak aangelegd.
Zijn de bossen wel natuurlijk dan groeien ze in gebied dat vaak overstroomd. De bomen en struiken die in deze gebieden leven kunnen goed tegen een stootje en groeien snel. Het zijn wilgen, populieren en elzen die in dergelijke bossen goed gedijen.

Op de drogere delen groeit es, eik en iep. Al naar gelang de overheersende boomsoort is zo'n bos vernoemd in combinatie met andere soorten. Ook wordt gekeken naar welke planten er in de kruidlaag van een bos groeien. In voedselrijke bossen wordt deze meestal gedomineerd door enkele soorten zoals Grote brandnetel, Groot hoefblad of Fluitenkruid. Hierbij passen bijvoorbeeld soorten als Witte- en gevlekte dovennetel, Look zonder look, Kruipende boterbloem, Dagkoekoeksbloem, Hondsdraf, Kleefkruid, Inlandse berenklauw en in het vroege voorjaar Speenkruid. Weer andere soorten zijn Klimop-ereprijs, Drienerfmuur, Zevenblad, Gewone ereprijs, en Bosandoorn.

Hoe meer dynamiek door overstroming of tijdelijke onder water staan, des te minder kruidensoorten groeien onder deze bossen. Dit zijn de bossen van de rivieren (ooibossen) en langs de estuaria. In Noord-Holland komen nauwelijks van deze bossen voor. Een bostype dat hier sterk op lijkt, is het spontane Wilgenstruweel op voormalige zanddepots zoals langs de Gaasperzoom en delen van de Gaasperplas.
Heel typerend zijn hier de eenvormige ondergroei met Groot Hoefblad, Grote brandnetel en Fluitenkruid. Een werkelijk prachtig voorbeeld ligt midden in de Bijlmer in het Bijlmerpark tussen de Gooiseweg en het wijkje Huntum. PEN eiland, Voorland Muiderberg en de restjes oude Diemerzeedijk behoren ook tot dergelijke bossen. Ook in het Amsterdamse bos zijn typische voedselrijke bossen terug te vinden.

Veenbossen
Hoewel het niet echt een voedselrijk bostype is, hoort het toch echt thuis in Noord-Holland. Dit bostype ontstaat nadat de boer in het veenweide gebied is verdwenen. Binnen enkele jaren groeit er het Elzenbroekbos of soms nog sneller het Berkenbroekbos met Zachte berk.

Het zijn echte moerasbossen met maar weinig struiken, prachtige varens zoals Koningsvaren en een grote verscheidenheid aan veenmossen. In het open veenweidegebied zijn het eldorado's voor kleine zangvogels, uilen en bouwen roofvogels een horst met goed uitzicht op de weidevogels. Dat geeft in het natuurbeheer wel eens een probleem. Als er gekozen wordt voor weidevogelbeheer. Wordt zo'n bos dan niet op tijd gekapt of teruggezet in hoogte dan verdwijnen de weidevogels in die omgeving.

Recreatiebossen
Dit laatste type is uiteraard aangeplant. Aangeplante bossen zijn herkenbaar aan de in rijtjes staande bomen die vaak allemaal even groot zijn. In de jaren zestig en zeventig zijn enorme populieren plantages aangeplant. Eigenlijk ook een voedselrijk bostype met eenvormige ondergroei. De bossen werden aangeplant voor productie van hout voor de papierindustrie.

In recreatiegebieden zoals Spaarnwoude werden op grote schaal populierenbossen aangeplant. Het groeit snel en ziet er snel leuk uit. Meestal is er sprake van aanplant in een zogenaamd blijver en wijker systeem met elzen en populieren. Het was de bedoeling om de snel groeiende soorten na verloop van tijd te kappen waarna de langzame soorten zoals eik en es het konden overnemen. Als die kap niet op tijd plaatsvindt sterven de andere soorten door lichtgebrek uit. Wat overblijft zijn eenvormige populierenbossen met onderin langs de randen nog een struiklaag. Na ongeveer 20 á 30 jaar takelen de bomen af en waaien de toppen eruit. Tijd om de bossen om te vormen van produktiebos naar natuurrecreatiebos.

Internet:
Tikt u bij Google "wilgenbos" in of probeert u eens "ooibos" of neem eens kijkje in het natuurpark Spoorzicht in Diemen en het PENeiland http://www.xs4all.nl/~werthof/natuurpark.spoorzicht.html echte voorbeelden van spontane voedselrijke bossen.



    beschermer worden
    vrijwilliger worden
    vertel een vriend




  contact    colofon
  links    vragen
  zoek