| home |
|
| ![]() | |||||||||
|
Bossen
In Portugal was de winter zonnig, fris en vooral erg droog. De natuur was daar ook veel later opgang dan normaal. Een paar dagen regen doet er wonderen en het voorjaar barst er dan uitbundig los. De Portugezen vrezen het komende voorjaar en zomer. Vorig jaar waren er al veel bosbranden. Vanaf vorig jaar mei heeft het er nauwelijks geregend en de stuwmeren staan zo goed als droog. Het onderwerp gaat over bossen. Het eindstadium van de successiereeks in onze streken. Als de natuur zijn gang gaat vanaf de kale grond zonder begrazing en overstromingen en branden dan ontstaat er bos. Zo'n opeenvolging heet een successiereeks. Afhankelijk van de ondergrond ontstaat er dan een ander type bos. Vandaag gaat het over bos en struweel op zandgronden. Zandgronden in Noord-Holland Zand bestaat uit heel fijngemalen kiezels. Rots dat afslijt en steeds maar kleiner en fijner wordt. Er zijn grofweg gezegd twee soorten zandgronden namelijk kalkrijke zandgronden en kalkarme zandgronden. In kalkrijke zandgronden zitten minuscuul kleine schelpresten en zijn de zandkorrels omgeven door een laagje met kalk. Meestal is dat een combinatie met ijzer waardoor vreemd genoeg de kalkrijke zandgronden donkerder van kleur zijn. Zo zijn de duinen in de Noordkop veel witter dan in het zuiden van de provincie. Het zand in het Gooi is soms rood van het ijzer of zwart van de humuszuren. De lagen zijn prachtig te zien in de zogenaamde "Podzol"gronden. In Noord-Holland liggen de kalkrijke zandgronden in de duinen van Noord en Zuid Kennemerland. De kalkrijke duinen gaan over in kalkarme duinen ter hoogte van Egmond aan Zee. Kalkarme zandgronden liggen ook in het Gooi en verder in Wieringen en de Hoge Berg op Texel. Bij Muiderberg ligt ook een kalkarm zandgebied. Andere zandgronden duiken op in voormalige waddengebieden zoals in de Zijperpolder als Nollen of in de Haarlemmermeer op verspreide plekken. Zand wordt door de wind of door het water aangevoerd; verstoven, heel fijn zand of afgezet door rivieren of door kreken in een waddengebied, grof zand. Bos op kalkrijke zandgrond Vanaf zee landinwaarts, bijvoorbeeld langs de Zeeweg uit Bloemendaal aan Zee naar Overveen, veranderd de vegetatie. Eerst de lage struwelen met Liguster, Dauwbraam, Duinroos en Duindoorn en vervolgens de eerste nog lage Abelen, dan de Kardinaalsmuts, die struik die in het voorjaar grijs is van de rupsen, Meidoorns, soms overwoekerd met Heggenrank en ondergroei met Lelietjes der Dalen, of op natte delen Zachte berk en Ratelpopulier of Esp, Lijsterbes en Inlandse vogelkers. In jonge duinen zoals bij Ijmuiden staat een combinatie van Vlier en Duindoorn. De gronden zijn hier nog wat rijker. Duindoorn is een bijzondere soort omdat deze struik stikstof bindt in de bodem. Daardoor wordt de bodem voedselrijker en vestigen zich ook andere soorten. Een veel gehoorde klacht is het "verduindoornen van de duinen". Door het ontbreken van voldoende konijnen die de zaailingen eten, kunnen de duindoornzaden gemakkelijk uitgroeien en verdwijnt de kruidenrijke ondergroei. Een bijzondere soort die hier kan staan is de Wegedoorn. Vervolgens gaat het struweel over in het Binnenduinbos, het Abelen, Iepen bos met Zomereik, Es en tegenwoordig gedomineerd door Noordse esdoorn. In de ondergroei staat een rijkdom aan kruiden zoals Vogelmelk, Voorjaarshelmbloem, Holwortel, Italiaanse aronskelk, Haarlemsklokkenspel, Bosgeelster, Robertskruid en op voedselrijke plaatsen het Fluitenkruid. Dit type bos wordt ook op de landgoederen gevonden die in de binnenduinrand liggen. Meestal werd het hout als hakhout beheerd en zijn er oude stobben te vinden prachtig begroeid met mossen. In deze bossen staan stinsenplanten die binnenkort in bloei komen. Het landgoed Leijduin is een goed voorbeeld van een binnenduinbos op kalkrijke gronden. Er moet bij aangetekend worden dat er ook kalkarmere typen zijn omdat de gronden hier al wat ouder en ontwikkeld zijn. De kalk spoelt in de loop van de tijd weg met het zure regenwater. De naaldbossen die in de duinen staan zijn aangeplant en horen hier van nature niet thuis. Elders in europa komen wel naaldbossen langs de kust voor met voornamelijk Grove den op wat beschutte plekken. In de kalkrijke duinen is vooral de Zwarte den met als ondersoorten de Oostenrijkse en Corsicaanse den aangeplant. Deze laatste soorten zijn beter bestand tegen de zeewind. Grove den staat op meer beschutte plaatsen. De naaldbossen hebben een heel eigen karakter en specifieke ondergroei. In de randen staat soms Walstro Bremraap een parasiet op het Walstro maar ook het Parelzaad en Hondstong zijn planten die hier voorkomen. Bossen op kalkarme gronden Hier groeien de eiken en beukenbossen. Zomereik en Beuk strijden om de dominantie in het bos. Wint de Beuk dan ontstaat er een gesloten kronendak, een bos als een kathedraal met maar weinig ondergroei. De adelaarsvaren voelt zich hier thuis en vormt een gesloten dek onder de beuken. Zelf jonge beuken hebben moeite om onder de grote bomen op te groeien. Valt er een gat doordat een boom afsterft dan wordt het gat vrijwel direct opgevuld en schieten de jonge bomen de lucht in. Eikenbossen zijn meestal gevarieerder en meer open van structuur. Hier groeien veel meer struiken maar ook andere boomsoorten zoals Ruwe berk. In de bosranden en de openplekken groeien Inlandse vogelkers, Hulst, Braam, Lijsterbes, Spaanse aak, Sporkehout of Vuilboom en Hazelaar. De kruidengroei is rijk met Smalle en Brede stekelvaren, Eikvaren, havikskruiden, breedbladige wespenorchis, gewoon nagelkruid, muursla, ruig klokje, veldbies, bosviooltje, zevenblad etc. De naaldbossen op de zandgronden zijn aangeplant. Afhankelijk van de ouderdom wordt de oude ondergroei nog aangetroffen. Op enkel plaatsen in het Gooi zijn er overgangen van heide naar naaldbos met Grove den en Ruwe berk. Het zijn de drogere bostypen. Verspreid staat soms nog een Jeneverbes en heel typerend zijn de Drentse krentenboompjes die prachtig wit bloeien en in het najaar rood verkleuren. In de boszomen en de heide groeit Wilde brem en zeldzaam de hiermee verwarde Gaspeldoorn. In de kalkarme duinen komen voornamelijk struwelen voor en nauwelijks bossen. In de struwelen groeit Kruipwilg, Rimpelroos, Hei en Kraaiheide en op vochtige delen Gagel en Dopheide. De bossen zijn hier altijd aangeplant en bestaan meestal uit naaldhout. In de ondergroei wordt dan Hulst gevonden die zich soms massaal uitbreidt zoals op Texel tezamen met Italiaanse aronskelk. Internet: Tikt u bij Google "eikenbos" of "beukenbos" in of probeert u eens "binnenduinbos" en "duinstruweel" dan bent u voorlopig even zoet met lezen.
| ![]() | ![]()
| ||||||||