| home |
|
| ![]() | ||||
|
Parasitaire planten Onder de term parasiet wordt verstaan een plant die op of in een gastplant leeft en die deze gastplant ten gronde richt of schade aanricht. Gaat de gastplant dood dan legt vaak ook de parasiet het lootje. Dat is iets wat bij planten niet vaak gebeurt. Meestal ondervindt de gastheer een groeiachterstand, omdat de parasiet voedingstoffen onttrekt. Een bijzondere vorm van parasitisme is steun zoeken, zoals bij windende of hechtende soorten. De gastplant ondervindt dan geen of nauwelijks hinder of pas op de hele lange duur. Parasieten komen op de plant voor en wortelen dan in de bast van de gastplant. Ook zijn er wortelparasieten en zoals de naam zegt deze wortelen in de wortel van de plant. Een vrij grote groep planten zijn halfparasieten. Ze hebben zelf bladgroen en kunnen dus suikers maken, maar ontrekken water en voedingstoffen van de gastplant. Een aantal zijn in staat om ook zelfstandig te groeien, maar als ze kans krijgen parasiteren ze er driftig op los. Berucht zijn wat dat betreft een aantal helmkruiden. Bladgroenloze parasieten Dit zijn de echte parasieten, omdat ze niet in staat zijn om zelf suikers aan maken. Ze gebruiken de gastplant voor water, zouten en suikers om daarmee zelf bloemen en zaden te maken. Ze zijn dus niet in staat zelfstandig te leven. Deze planten zijn vaak bleek van kleur door ontbreken van bladgroen. De Blauwe bremraap is blauw gekleurd en vrij zeldzaam. De Walstrobremraap bleek van kleur en, zoals de naam zegt parasiet op Walstro. Deze wordt vaak in de duinen gezien. De plant wordt wel eens verward met een orchidee. De bremraapfamilie kent 8 planten in Nederland, maar zuidelijk van ons komen veel meer soorten voor. Meestal is de naam gekoppeld aan de gastplant zoals Klimopbremraap, Klavervreter, Distelbremraap en Bitterkruidbremraap. Kleur en vorm van de bloem en schutbladen zijn de determinatiekenmerken. De familieleden van het Warkruid of ook wel "Duivelsnaaigaren genoemd" hebben als kiemplant nog bladgroen, maar spoedig dringen de wortels bij de gastplant naar binnen. Er komen drie soorten voor en nog twee zeer zeldzame soorten. Op Brandnetels groeit het Groot warkruid. Een sliertig plantje met rood aangelopen stengels en bleek witte bloempjes. De naam warkruid is vanwege de enorme kluwens die deze plantjes veroorzaken. Bladgroene parasieten Een bekende is de Maretak of Vogellijm; de bekende plant uit Asterix en Obelix die door de druïde Panoramix met de gouden sikkel wordt geoogst. De plant groeit op populieren en appels en zeer zelden op Eik. De bessen worden door Lijsters en andere vogels graag gegeten. Het slijmerige omhulsel wordt vaak verorberd, waarna de snavel met het zaad wordt schoongewreven aan een tak. Aan de plant werden magische krachten toegedicht door de druïden. Later werd de plant gekerstend en in Engeland als Misletoe opgehangen. Het symboliseert vruchtbaarheid door de twee bladen die uit één steel groeien. Een extract van de plant werkt bloedrukverlagend. De kleverige stof van de bessen werd gebruikt om vogels mee te lijmen. Een aantal leden van de Helmkruidfamilie zijn echte specialisten in het parasiteren. Ze kunnen zelfstandig groeien, maar parasiteren liever op alles wat in de buurt komt. Bekende soorten zijn de Ratelaar, Ogentroost, Kartelblad, Hengel en Wilde weit. De planten kunnen slecht tegen kunstmest en daardoor zijn ze vaak uit onze graslanden verdwenen. In schrale bermen en niet bemeste graslanden keren ze vaak terug. Ze dragen in de graslanden bij tot extra verschraling, wat gunstig is in verband met de hoeveelheid af te voeren materiaal. Windende en hechtende soorten Deze planten gebruiken de gastplant als steun. Haagwinde of Pispotje is een bekende. De plant kan verschrikkelijk woekeren en daarmee de gastplant overwoekeren. Een ander voorbeeld is Kamperfoelie. Omdat de gastplant, vaak een boom of struik, in de dikte groeit en de plant zelf ook, vindt op den duur verwurging van de gastplant plaats. Klimop is een hechtplant die kleine steunwortels maakt in de dode bast van de gastheer. Door de enorme omvang kunnen takken van de gastplant breken. De bladeren ontrekken licht. Op de hele lange duur kan de gastboom dan het lootje leggen terwijl de klimop er nog lang in door blijft groeien. Veel vogels vinden er een nestplaats en vlinders in het najaar veel nectar! Wilde wingerd maakt een soort zuignapjes op de gastplant, maar onttrekt net als de Klimop geen water of voedingstoffen. Wel kan ook hier verwurging plaatsvinden. Zoeken op het internet Via onderstaande links vindt u allerlei informatie over parasitaire planten en excursies. Of probeert u eens bij Google de naam van een van de planten in tikken.
| ![]() | ![]() | |||