Kievitonderzoek: eerste indruk 2017

In 2016 en 2017 heeft Landschap Noord-Holland in samenwerking met Jan van der Winden, Ecology research & consultancy een onderzoek uitgevoerd naar het broedsucces van kieviten. Er werd gekeken naar de invloed van maatregelen op de overleving van kievitkuikens, zoals greppelplas-dras op weilanden en kruidenranden op maisland. Dit werd gedaan op 9 locaties in Noord-Holland. Voor het onderzoek werden enkele kieviten op deze locaties gevangen en gemerkt met een kleur. Hierdoor konden vrijwilligers deze individuen volgen en zo de opgroei en overleving van de bijbehorende kuikens waarnemen. Dit gebeurde twee maal per week. In totaal zijn er 32 kieviten gevangen en zijn ze tot 15 of 30 juni gemonitord. Hier een globaal overzicht over het verloop van het broedseizoen van 2017.

Greppelplas-dras

Uit het onderzoek blijkt dat kieviten een voorkeur hebben voor percelen met greppelplas-dras. Op 5 locaties zijn er plas-draspercelen onderzocht. Bij alle 5 de locaties zijn er beduidend meer nesten gevonden dan op de naastgelegen referentiepercelen. Ook zijn de nesten van de gekleurde kieviten allemaal uitgekomen, maar daarmee is succes nog niet gegarandeerd. De pullen moeten nog grootgebracht worden en dat is zelfs op een plas-drasperceel niet eenvoudig. West-Graftdijk en Holysloot zijn hier een goed voorbeeld van. Hier liggen twee plas-draspercelen die mee deden in het onderzoek. Beide locaties samen waren goed voor zo’n 11 nesten die allen uitkwamen, maar geen enkel paartje is het gelukt om hun pullen groot te brengen. Dit had voornamelijk te maken met de koude weersomstandigheden begin dit voorjaar.
Toch zijn er ook hele positieve waarnemingen gedaan bij de plas-draspercelen. In de Belmermeer, Oterleek en Krommenie waren de resultaten erg goed. Van acht paartjes hebben zeer waarschijnlijk zeven paartjes hun pullen grootgebracht!
Het plas-drasperceel in Oterleek is een goed voorbeeld. Er zijn hier vier kieviten gevangen, waarvan drie op het maatregelperceel. De drie op het plas-drasperceel hebben in totaal vijf pullen grootgebracht. Bovendien hebben alle andere weidevogels, zoals grutto’s en tureluurs het in deze omgeving ook erg goed gedaan en zijn er veel pullen groot geworden. Dit geldt ook voor de locaties in de Belmermeer en bij Krommenie, alleen is het exacte aantal pullen dat groot is geworden niet bekend vanwege het hoge gras in juni.

Kruiden- of grasrand

Ook is de invloed van een kruiden- of grasrand bij maïsakkers onderzocht. Dit werd gedaan op 4 locaties. In tegenstelling tot de plasdraspercelen, is er voorlopig nog geen duidelijke voorkeur waargenomen voor maïsakkers met een kruidenrand. Slechts één van de gemerkte kieviten heeft kuikens grootgebracht. De resultaten waren heel verschillend op de locaties. In Heiloo zijn er meer dan 15 pullen vliegvlug geworden van de 24 nesten op het maatregelperceel, terwijl er op het referentieperceel slechts 1 pul vliegvlug werd van de 27 nesten. Predatie speelde bij het referentieperceel een grote rol. Ook bij Monnickendam was er veel sprake van predatie. Hier heeft geen enkel (gekleurd) paartje pullen grootgebracht.  Op Wieringen was er geen sprake van predatie op nesten, maar waarschijnlijk was voedselgebrek hier een factor. Hier zijn 7 kieviten gemerkt en al deze paartjes hebben hun pullen verloren in de eerste twee weken. De omstandigheden op zowel het maatregel- als het referentieperceel waren vrijwel identiek, maar door de droogte heeft de beschikbaarheid aan voedsel voor de kuikens wellicht een rol gespeeld, hoewel we dat niet gemeten hebben. Bij Hippolytushoef is er één kievit gemerkt en deze is de eerste keer haar pullen kwijtgeraakt. Waardoor is onbekend. Wel is gezien dat ze meteen de maïsakkers verliet en zich met de kuikens vestigde op een paardenweide. Ook het 2e broedsel op hetzelfde maïsland leverde vrijwel zeker geen vliegvlugge kuikens op.

Nadere analyse

Wat de exacte invloed is van de maatregelen op de weilanden en de maïsakkers op het broedsucces van kieviten moet nog blijken uit de analyses van de resultaten. Momenteel werkt onze afdeling Onderzoek & Advies van Natuurlijke Zaken aan het analyseren van de resultaten van de twee jaar. Voor kieviten is het enorm moeilijk om kuikens vliegvlug te krijgen. Dat is al wel duidelijk!