| home |
|
| ![]() | ||||
|
Bloeiende bomen en struiken De afgelopen weken heeft de natuur een enorme spurt genomen. De warme periode in februari gevolgd door de kou. Nu het weer warmer wordt, lijkt alles tegelijk in bloei te komen. Langs de snelweg kleurt het Deens lepelblad de bermen wit en de Dovenetel paars. Tussen het gras het heldere blauw van ereprijs en het wit/rood van de madeliefjes. Het speenkruid in de tuin staat vol in bloei naast de blauwe druifjes. In het perk groeit de witte winterpostelein en komen de planten van judas penning en look zonder look de grond uit schieten. Bloeiende bomen en struiken Deze rubriek gaat over wilde bomen en struiken of inheems hout. Juist deze bomen en struiken staan in het vroege voorjaar te bloeien. Veel van deze soorten bloeien al voordat er bladeren aan de bomen zichtbaar zijn. Inheems Inheemse bomen en struiken horen hier thuis. Ze groeiden oorspronkelijk in het wild en zijn net als stinsenplanten later pas aangeplant als gebruikshout of als sier. Deze soorten zijn goed aangepast aan ons klimaat en bodemomstandigheden. Deze bomen en struiken herbergen een heel ecosysteem. Niet alleen kunnen er vogels in broeden maar ze kunnen er ook eten van de vruchten of de insecten die erin leven op de bloemen en bladeren. De soorten zijn in staat om zich voort te planten en in de omgeving zaaien zich uit als de condities goed zijn. Het zijn vaak sterke soorten waar je in de tuin nauwelijks omkijken naar hebt of juist wel omdat ze zo stevig groeien. Uitheems Uitheemse soorten komen in het wild niet in onze streken voor. Het zijn vaak gecultiveerde vormen die soms wel en soms ook niet winterhard zijn. Vogels kunnen er in broeden en schuilen maar daar houdt het mee op. Het ecosysteem dat bij de soort hoort is niet mee verhuist. Er wordt niet aan het blad gevreten en vruchten komen er ook zelden aan. Soorten zoals Laurierkers blijven bijna steriel en de bladeren zien eruit als plastic. Enkele uitheemse soorten kunnen zich wel voortplanten met het gevolg dat zij inheemse soorten verdrukken. De ziekten en plagen zijn achtergebleven. Amerikaanse vogelkers is zo'n soort en ook de amerikaanse eik kan er wat van. Streekeigensoorten Streekeigensoorten slaat op het cultuurlijke gebruik van inheemse bomen en struiken. In bepaalde streken tref je bij de oude boerderijen steevast zulke soorten aan. Vaak hoort hier ook een bepaalde snoeivorm bij. Leilinden en knotbomen zijn hier goede voorbeelden van. Ook de Iep en Noord-Hollandse boom bij uitstek, goed bestand tegen de zeewind kwam je hier veel tegen. De iepziekte heeft de boom voor een groot deel uit onze streek laten verdwijnen. Bij erfbeplantingen proberen we altijd gebruik te maken van de streekeigen soorten. Oude foto's en schilderijen geven dan vaak nog een goed beeld van welke soorten er bij de boerenerven stonden. Mannetjes, vrouwtjes en gemengd Bomen en struiken zijn vaak tweehuizig. Dat wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke exemplaren bestaan. Om vruchten te krijgen zijn er dus altijd twee voor nodig. Andere bomen hebben in een boom zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. Dan heet zo'n boom of struik eenhuizig. De mannelijke bloemen, de katjes vallen al snel massaal op de grond. Vroege bloeiers De bloei gaat vaak voor de groei van het blad uit of de bloesem ontluikt met het komen van de blaadjes. In het voorjaar valt dat extra op. Soms lopen de twijgen al fel gekleurd aan. Populieren tooien zich eerst in gloed van rode bloemen en ook de iep bloeit al vroeg. De grond ligt na een flinke windhoos bezaaid met de rode proppen. Een hele vroege bloeier is de wilg. De gele katjes van de mannelijke exemplaren trekken honderden wilde bijen en hommelkoninginnen aan die het eerste stuifmeel verzamelen om aan de eiwit behoefte voor de leg te voldoen. Een ander vroege bloeier is de sleedoorn. Als witte dotten zijn ze zichtbaar in het plantsoengroen. Vaak wordt de Sleedoorn gevolgd door het krentenboompjes dat iets roomwitter van kleur. Is het groen al wat verder dan komt de meidoorn en de inheemse vogelkers. Ook de lijsterbes bloeit omstreeks deze periode. Veel minder opvallend omdat het vaak windbestuivers zijn en ze dus geen insecten hoeve te lokken, bloeien een aantal bomen. De eik, berk, els en es zijn hier voorbeelden van. De inheemse esdoorn, spaanse aak of veldesdoorn bloeit ook onopvallend met groene bloempjes. Veel later pas bloeien soorten als vlier, kardinaalsmuts, gelderse roos, liguster, vuilboom en kornoelje. Ook de paardenkastanje en de linde bloeien later. Soms zijn dit soorten die op het randje van het oorspronkelijke verspreidingsgebied staan. Windbestuivers Vooral een aantal bomen maken gebruik van windbestuiving. Dat wind bestuiven geeft voor mensen met allergien soms flinke problemen. Zo stuiven op dit moment de berken en bij een vleugje wind kun je dan hele wolken uit een boom zien komen alsof de boom in brand staat. Omdat windbestuiving op toeval berust, maken de bomen enorme hoeveelheden aan. De onopvallende vrouwelijke bloemen zijn kleverig waardoor de pollen hierop blijven plakken. Genetisch zuiver De bomen en struiken in ons land zijn nog niet zo oud. In de tweede wereldoorlog is er enorm veel gekapt in het Westen van het land. Pas in de jaren zestig is er flink hergeplant toen we ons deze luxe weer konden veroorloven. Vanaf deze periode is er veel met inheems materiaal gekweekt en gekruist en vooral veel uitheems materiaal gebruikt. De Stichting Bronnen houdt zich bezig met het terugkweken van oorspronkelijk materiaal. Van oude bomen struiken waarvan bekend is dat ze er al heel lang staan wordt zaad verzameld en opgekweekt. De nakomelingen zijn sterk en gewend aan ons klimaat. Op het internet is ook veel te beleven. Zie de links hieronder.
| ![]() | ![]() | |||